De maand mei is nog steeds één van mijn favoriete maanden: alles komt terug tot bloei, de zon laat zich weer zien, de eerste terrasjes gaan terug open en je voelt dat de lente zich definitief heeft genesteld in de geesten van de mensen. Er is ook nog een andere, zij het wat recentere, reden waarom mei mij zo kan bekoren: maai mei niet. l Jasper Van Papeghem

Eindelijk eens een maand waar wat verwildering in tuinen komt en we voor één maand tenminste afstappen van het verschrikkelijke idee om allemaal homogene, versgemaaide tuintjes te hebben. Op een voetbalbeld en bij Wimbledon is dit natuurlijk wel aan te raden maar de estheticus in mij vind dit Vlaamse verschijnsel verschrikkelijk. Los van de estethische kant is er uiteraard een veel belangrijkere reden om niet te maaien: de bijtjes. Weinig mensen beseffen hoe belangrijk dit diertje is voor de volledige voedselketen. Het zijn niet enkel die irritante zoemende insekten die jouw barbecue komen verstoren maar spelen een cruciale rol in zowat elk onderdeel van de natuur. Het werk van die bezige bijtjes wordt helaas nog veel te vaak onderschat.

De UGent becijferde 15 jaar geleden al dat de economische waarde van het werk dat bijen wereldwijd verrichten, op ongeveer 179 miljard euro neerkomt! Het is dan ook slecht nieuws dat wereldwijd de bijenpopulatie steeds verder uitdunt. Zo haalde 34 procent van de bijenvolken in 2013 de lente niet. ‘De bijen hebben het al vele jaren moeilijk,’ zegt Chris Dauw. ‘In feite zijn er drie bronnen van bedreiging voor onze bijen. De varroamijt vormt de grootste bedreiging. Die zorgt ervoor dat de bijen – als je geen actie onderneemt – na twee jaar allemaal dood zijn. De tweede bedreiging is de omgeving, waar veel minder dan vroeger nuttige bloemen staan. Dat komt onder andere door onze monoculturen. Onkruid bijvoorbeeld, dat ook in bloei komt en voor diversiteit zorgt, wordt bestreden of onderdrukt. En ten derde zijn er allerlei chemische producten. En dat heeft Europa vandaag aangepakt. Wij zijn daar blij mee.’

Voor België werd het werk van de bij in 2015 geschat op een waarde 472 miljoen euro, er zijn helaas geen recentere cijfers maar dat getal zou ondertussen toch al een stuk boven het half miljard moeten liggen. Dat is een pak meer dan de totale waarde van onze productie van tarwe en aardappelen en plaatst de bijen op de vierde plaats als belangrijkste ‘hoevedier’, na koeien, varkens en gevogelte.

Vooral in de steden is het droevig gesteld met de bijenpopulaties: we hebben te weinig parken, te weinig bloemen. En ook in eigen tuin planten de mensen nog te weinig bloemen aan en springen ze vooral te kwistig om met insecticiden. Zo is België door Europa al meermaals op de vingers getikt voor het excessief gebruik van neonicotinoïden bij de bietenteelt die zorgt voor een massale bijensterfte en procentueel eigenlijk op landouwvlak maar een kleine speler is (zeker in vergelijking met onze bijtjes). Tot op heden blijft de landbouwlobby dit zich helaas naast zich neer leggen…

Ik ga niet verder uitweiden over hoe België (en bij uitbreiding Nederland) veruit tot de absolute wereldtop horen als men het over pesticidegebruik heeft maar één ding moet mij toch van het hart: ik vernam onlangs dat één van de grootste verbruikers van pesticiden een staatsbedrijf is. De NMBS heeft nog steeds sproeikarren die men met halucinante hoeveelheden pesticides vult om zo het onkruid naast de sporen te verdelgen. Daar moet toch ondertussen een andere oplossing voor zijn?

Misschien nog belangrijker is wat kunnen we hier zelf aan doen? Onder het motto: “veel kleine inspanningen maken wel degelijk een verschil.” Plant wat meer bloemen aan in de tuin, zet wat bloemen op het balkon in de stad en we zetten zo al een grote stap vooruit. Ook in de moestuin is het zeker belangrijk (en niet enkel en alleen voor de bestuiving) om tussen de groenten wat bloemen aan te planten. Er zijn talloze initiatieven en ruilkassen waar je gratis bloemenzaad en plantjes kunt afhalen of ruilen. In Nederland heeft men een tijd geleden besloten om op elk bushokje een mini bloementuin aan te planten om zo terug wat zorg te dragen voor de wonderlijke diertjes die de bijen zijn. In het gebetonneerde Vlaanderen hinken we helaas nog steeds achterop. Laten we dus samen wat bloembakken op ons terras zetten, misschien een kleine bloemenweide achteraan de tuin inzaaien en vooral zorg dragen voor één van de kleinste maar meest nuttige diertjes die onze natuur herbergt: de bij!

Je vraagt je nu waarschijnlijk af wat de link is met de wijnbouw? De verschillende planten die in de wijngaard staan en zorgen voor een betere drainage of net het water vasthouden hebben allemaal bijtjes nodig om zich te kunnen voortplanten. Diezelfde plantjes zorgen voor de stikstof omzetting die de wijnrank nodig heeft om te kunnen groeien en belangrijker nog: de door ons zo geliefde druiven te laten groeien en rijpen. Recent onderzoek toonde aan dat bijen een cruciale rol spelen in het vermijden van millerandage en botrytis. Een gezonde wijngaard en bijgevolg goede wijn is dus bijna onmogelijk zonder het werk van deze kleine superheld.
To bee it is.

auteur: Jasper Van Papeghem

Wie is Jasper Van Papeghem?
wijnwijnwijn.be/jasper-van-papeghem